“You’re never around when I need you”
Zeg nu zelf, die zin hoor je heel vaak. In soaps, in films, in liedjes, en zeker in het echte leven. We vallen terug op vrienden, familie en liefjes wanneer we ons slecht, alleen, hulpeloos voelen. Die anderen kunnen er echter niet altijd zijn voor ons. Logisch, iedereen heeft recht op een leven. Toch verwachten we dat, toch kunnen we het gebruiken als een verwijt, omdat het ons frustreert, omdat de oningevulde verwachting ons nog eenzamer, slechter, hulpelozer doet voelen.
“I’m always around when I need me”
… Lijkt mij een logische respons op die oneindige herhaling van zin 1. Moesten we op onszelf kunnen terugvallen, zijn er geen oningevulde verwachtingen, geen frustraties, zouden we niet hulpeloos worden van het moment dat er niemand is om raad aan te vragen. De raad die we onszelf geven geloven we ook makkelijker, we volgen die altijd op.
Logica is spijtig genoeg geen goede basis voor een relatie. Of toch de simpele logica niet, men moet verder denken dan uit A volgt B. Uit A volgt B, maar misschien ook C. Of misschien zijn het net A en C die B vormen…
A: we hebben iemand nodig, maar die iemand kan er niet steeds zijn
B: Ik kan er wel altijd zijn voor Ik, dus ik leer op mezelf steunen
C: Een relatie komt voort uit wederzijdse noden. De nood om te lachen, om te praten, om te delen, om te troosten, om getroost te worden. In een relatie wil men elkaar kennen, men wil weten wat er in de ander zijn/haar hoofd omgaat. Men geeft graag raad, zo voelt men zich nodig en belangrijk (*pats* daar gaat uw illusie van altruïsme). Als men alles voor zichzelf houdt, voelt de andere zich te kort gedaan.
A+B+C= een heel groot vraagstuk. Om het in typische hedendaagse uniefwijze op te lossen: Interdisciplinariteit! Pluk van zelfstandigheid wanneer nodig, maar enkel de voordelen, laat de nadelen achterwege, los die gewoon op met afhankelijkheid! Jeeheej! Feest!
Was het maar zo easypeasy.