De standaard ergernis: het openbaar vervoer.
Daar staat ge dan. Een zak op uw rug die wel meer zou kunnen wegen dan uzelf, een hondentransportbak met zes ratten in, waarvan ge eentje zéker niet moogt agiteren wegens haar historische paniekaanval de vorige treinrit, een zak met voorzieningen voor diezelfde ratten, en een lichaam dat immens moe is van de avond voordien.. Neen, natuurlijk is er geen zitplaats, en natuurlijk is er niemand die even vriendelijk opzij wilt gaan zodat je op zijn minst die rugzak kan neerploffen.
Dus, daar sta je dan, met het gevoel dat je armen worden afgesneden door die trekzak. Je kijkt uit naar het moment dat je mag afstappen, en na een half uur is dat moment er eindelijk. Dan, denkt ge: ha, die mensen die wel konden zitten zullen op zijn minst zo hoffelijk zijn de mensen die de hele tijd moesten rechtstaan eerst te laten afstappen. Tot je Madam Irritatie ziet, die persé net voor u wilt afstappen, terwijl je gezichtsuitdrukking schreeuwt: “ik wil af die fucking trein!!” Gelukkig weeg je het dubbele van wat je anders weegt en neem je dus ook heel wat meer plaats in, waardoor je toch nog net voor haar kan afstappen, weliswaar begeleid door een paar duwen van de vrouw in kwestie.
Dan sta je op het perron, blij wat frisse lucht te kunnen inademen, geduldig aan het wachten tot wanneer de meisjes voor je hun koffers goed vast hadden gepakt. Ja, daar is ze weer: Madam Irritant vindt het persé zo nodig om te gaan duwen, en duwen, en duwen. Je ziet je bak vol ratten geperst worden tegen een andere koffer, de ratten erin raken nogal zenuwachtig. Toch geeft ze nog een duw, een die je zak nog eens naar beneden trekt, je rug lijkt in twee te breken.
“Mens, er is niemand in een straal van 5m die wilt dat ge leeft, gaat ge ermee stoppen, of ge gaat nog wat tegenkomen”
En natuurlijk zijn het dan die studentjes die voor overlast zorgen, hé. De overlast noemde nochtans Madam Irritant.