Saturday, September 29, 2007

Op kot en… koffers maken!

Elke vrijdag, elke zondag, elke week opnieuw: mijn koffer maken om 5 dagen in Brussel door te komen. Er zijn verschillende soorten koffers die ik als resultaat krijg:

1/ De overdreven zware koffer met 90% spullen die ik nooit zal gebruiken op mijn kot, en die daar dus enkel zullen rondslingeren.
2/ De haastig gemaakte koffer die uit 30% zinloze spullen bestaat en waarvan ik 20% thuis ben vergeten.
3/ De kleine koffer waarvoor ik 3 dagen eerder een lijstje gemaakt heb omdat ik een verveeld moment had. Hier vergeet ik vreemd genoeg niets..
4/ De kleine koffer waarvoor ik geen lijstje gemaakt heb en waarover ik 3 dagen later vloek omdat ik geen kleren meer heb, noch lenzenvloeistof of een lenzenpotje…
5/ De overdreven volle - en dus ook zware - koffer met 100% spullen die ik nodig heb op kot, alleen niet binnen 5 dagen, maar over de periode van een maand of 2, of spullen die enkel in de vakanties meegaan naar Gent, en niet in de weekends. Dingen zoals een haardroger, haarlak, zeep, handdoeken, … horen hier in.
6/ De koffer die net past en best ok is van zinloos en vergeten dingen, maar die uiteindelijk toch veel te klein lijkt omdat mijn moeder 5 minuten voor mijn vertrek met tal van voedselblikken en dergelijke afkomt (die ik was vergeten).

Dit weekend wordt het koffer nummer 3, naar aanleiding van mijn koffer vorig weekend, dat was een koffer nr 5. Grappig genoeg heb ik ook nog eens 3 verschillende koffers. Mijn kleine rommelmarktkoffer gebruik ik voor een 3 of 4 koffer, mijn trekzak (die vorig jaar de rommelmarktkoffer verving) voor koffers als 2 of 6, en dan mijn rolkoffer voor koffers als 1 of 5.

Ik vloek altijd op mijn koffers, dewelke het ook is. Op de kleine vanzelfsprekend genoeg minder, maar ik vind wel een verwijt. Meestal ligt dat niet aan de koffer, maar aan de treinrit. De ritten naar Brussel, of van Brussel naar Gent, zitten elke keer zo overdreven vol dat een koffer áltijd een lastig aanhangsel wordt dat je liever niet bij je had. De koffer hindert je zoektocht naar een zitplaats, hindert het gemakkelijk gaan zitten tussen de wagons in (dus niet in een zetel), wordt herleid tot een vreselijk doolhof wanneer je op zoek bent naar je campuskaart terwijl je de conducteur ziet verschijnen, een vreselijk pijnlijk ding dat tegen je been, rug of heup slaat telkens één van die reizigers die beweren meer gehaast te zijn dan al de rest op de trein je passeert, enz… enz…

De tramrit daarentegen valt nog mee. Vriendelijkere mensen, amper mensen die gehaast zijn, smallere deuren, maar vaak minder volk dan op de trein. En het is een kortere rit, dusja.

Een nieuwe last dit jaar zijn… De trappen naar en in mijn appartement. We zitten op het 3de verdiep, althans, daar staat onze deur. Je komt dan op de overloop terecht, en je lichaam kan niet anders dan zo’n gevoel produceren als “oef, we zijn er”. Echter, dan doe je de deur open en wat zie je? Nog een trap, een smalle en steilere dan de vorige, zonder leuning om je aan op te trekken. Bon, je raapt je laatste restjes energie bijeen en loopt die trap op. Om je dan om te draaien en te beseffen “Shit, nu moet ik nog naar mijn kamer” wat het oplopen van de meest gevaarlijke trap op aard inhoudt. Zo’n trap met links een halve tree, rechts een halve tree, enz … Een steilere trap ken ik gewoon niet, en tot overmaat van ramp eindigt die trap vlak voor het gat van die andere trap, dus als je valt, dan val je wel heel diep en denk ik niet dat je het nog kan navertellen. Tja, als ik mijn rolkoffer bij heb, haal ik die eerst leeg, en draag die leeg (wat nog steeds moeilijk is) naar boven. Mijn rugzak hou ik gewoon aan, waarbij ik hoop dat ik mijn evenwicht niet verlies halverwege. En mn rommelmarktkoffer hou ik langs mijn linkerkant, waarbij ik hoop dat die niet te veel in mijn weg zit, en het dus geen gevaar betekent…

Vanavond weer, ik kijk er naar uit…

(de rommelmarktkoffer)

Posted by Celine in 13:09:04 | Permalink | Comments (1) »

Friday, September 28, 2007

1ste schoolweek

Nuja, wat valt er te verwachten van een eerste schoolweek??

1, dat ik veel spijbel (een verwachting die tot mijn verrassing niet is ingevuld, waarschijnlijk omwille van de weinige lesuren om te spijbelen…)
2, frustratie ivm a certain kotgenote (minder, aangezien die er de helft van de week er niet was - de frustratie was wel dat ze er vroeger dan ze zei te zijn al was)
3, gebabbel met een welbepaalde persoon (wat niet is gebeurd, tot mijn verrassing beschouw ik dat eerder positief)
4, een bom van feestjes (die er wel was, maar waar niemand duidelijk zin in had…)
5, knappe VUB-jongens (wat knappe circusschooljongens zijn geworden)
6, helemaal geen verveling meer (fout, aangezien niemand zin had in die feestjes alginder..)
7, oninteressante lessen (waarbij ik mij zoals verwacht telkens zat af te vragen “Wààr ben ik in godsnaam toch mee bezig?” )
8, een toffe zangles (wat een supercoole megahippe zalige les werd)

Maar ondanks dat het een niet geslaagde week lijkt, was het wel best tof. Weer lessen enzo, mensen terugzien (spijtig genoeg ook mensen die ik niet graag zie). ‘t Is gewoon dat iedereen nogal suf loopt blijkbaar, zo zonder initiatief tot een feestje ofzo, zoals er vorig jaar wel was. Plus, die “welbepaalde persoon” heeft besloten geen woord tegen mij te zeggen buiten een dag-zinnetje (waarop ik opzettelijk heel afwezg en ongeinteresseerd antwoordde, hij moest maar wat deftigs zeggen). Daarnaast heeft die duidelijk ook besloten zijn haar belachelijk kort te knippen, waardoor ik hem eerst niet herkende, en dan in de lach schoot en hem niet meer kon aankijken. Waarop een welbepaalde vriendin begon te zagen dat ik niets zei tegen die welbepaalde persoon, terwijl die best wel zelf iets kan zeggen (alsof ik altijd weet wat te zeggen!) - bij nader inzien wordt dit toch geen publieke post :P
Vreemd genoeg vind ik er niets ergs aan dat die niets zegt. Ok, ik sta er wel bij stil enzo, maar ik kan die best missen. ‘t Enige waarover ik eigenlijk met hem zou willen praten, is mn zangles, aangezien die supergoed is gegaan en niemand anders iets deftigs weet over muziek.. (Tenzij die welbepaalde vriendin dan, dat was onverwachts)

Wie nog best haar mond mag beginnen houden, is die certain kotgenote daar (kakwijf!) Ik zou er echt niets ergs aan vinden moest ze nu beslissen nooit meer één woord te spreken tegen mij of zelfs maar een blik op mij te werpen (ze zijn ofwel hypocriet of wel veelzeggend negatief - ik heb daar geen nood aan..) Hoe meer ik erover nadenk, hoe meer ik ervan overtuigd ben dat ik dat heel graag zou hebben en dat het mij erg deugd zou doen. ‘t Liefst vanal zou ik op een rustige, doordringende manier haar vertellen wat ik allemaal wel niet te weten gekomen ben en waarom ik precies wil dat ze mij met rust laat en doet alsof ze dood is voor mij - wat ze ook is voor mij (ik heb een zombie op kot!). Maar aangezien haar stinkende muil enkel maar kan opengaan wanneer die niet moet opengaan, zou ze mij de kans niet geven uit te praten. Ik haat dat kind, en ik meen het met gans mijn hart en lijf (mijn hart zit dan ook in mijn lijf..).
Dwaas genoeg vind iedereen het oh zo verbazend dat de band tussen mij en dat kind ineens geknapt is. Ineens, yeah right, er is stom genoeg nog veel te veel tijd over gegaan, voor mijn part had dat 7 jaar geleden al gebeurd mogen zijn (al ken ik die 4,5j :P voorkomen is beter dan genezen..) Moest ik aan iedereen (waaronder iemand die dacht dat die familie was van mij - hoe beledigdend!) gaan uitleggen waarom ik ineens stond te verkondigen wat voor een egoïstisch, egotrippend, aanstellerig kind ze wel niet is. Wat niet uit te leggen valt, kbedoel, daarvoor moede ofwel Kaat, ofwel Eline noemen, die mijn gezaag en gefrustreer over haar verschillende keren hebben moeten aanhoren (waarvoor ik ze dankbaar ben, ik heb nu al meer aan hen dan ik ooit aan dat kutwijf heb gehad in die 4,5 jaar.. kheb aan iederéén gewoon meer dan aan dat kind..).
Fijn genoeg kwam ik nu net de laatste dag, vlak voor de jongedame met het ego zo groot als haar… cellulitisput in haar kont (ge ziet die lijk door haar broek..), thuiskwam nog het een en het ander te weten dat mij enkel kwader kan krijgen op dat wicht. En dan zit ze raar te kijken dat ik liever verder naar Footloose kijk dan te vragen hoe haar eerste schooldag was (heeft zij dat gevraagd??? neen ze, tuurlijk niet, ze moest net haar ego koesteren ofzo zeker.. en das een groot werk ws met zo’n ego…)

Toppers van de week: de rommelmarkt (het tegenkomen van een welbepaalde oud-collega was daar wel een negatief punt aan). Koffertje gekocht dat zo verdomd vintage-cool is, een blikken doos die ook.. vintage-cool is, en een overdone-schilderij voor 15 euro waarvoor later een andere marktkramer 50 euro voor bood (alsof ik hem zou verkopen, kheb er nu eindelijk een gevonden..). En het circusoptreden van de circusschool van een welbepaalde vriendin (niet die eerste welbepaalde vriendin). Die tweede welbepaalde vriendin blijkt zich lief te willen inspannen om mij aan een welpebaald vriendje te helpen binnen een welbepaald korte tijdspanne. Volgende week gaan we dan ook eten bij een welbepaalde to-be professionele circusartiest.

Conclusie:
1, ik hoop dat in een welbepaald eerstvolgende week wordt bepaald dat er welbepaalde feestjes worden gegeven met of door welbepaalde (leuke) personen waarop een welbepaalde ik ook is uitgenodigd om welbepaald veel plezier te maken.
2, een welbepaald heerlijke manier om a certain kotgenote uit mijn kamer te houden is mijn welbepaald superlieve ratjes laten rondlopen.
3, er lopen welbepaald heerlijk mooie circusartiesten rond in een welbepaalde stad in Vlaanderen (ja! Brussel is Vlaanderen - en neen, ik ben geen Vl-nat, kzit op een welbepaald linkse VUB *oogrol*)

Welbepaald hier, welbepaald daar, ik dank u bij deze voor uw welbepaald gelees.

Posted by Celine in 18:50:58 | Permalink | Comments (1) »

Saturday, September 22, 2007

Dierenrijk, mensdom

Nav een post op http://nebhet.blog.com ; een dagboekfragment

(…) Dieren zijn zo leuk, veel oprechter dan mensen :) Daarbij moet ge u geen zorgen maken over hypocriet gedoe, daarbij is alles gewoon zoals het is.. En ze hebben tenminsten niet zo’n belachelijk groot ego als “de mens”.
Komaan, de mens het intelligentste wezen!? Laat mij niet lachen :P We kunnen gewoon praten en hebben een duim, hadden we die 2 niet gehad waren we nog primaten.. en die hebben ook een duim! Mensen, da’s een foutje, per ongeluk zijn onze stembanden misvormd geraakt en kunnen we klanken uitbrengen op zo’n manier dat het praten is zoals mensen praten, met veel mogelijkheden tot verschillende woorden en dus meer mogelijkheden om dingen “door te geven”.
En echt, moest dat geen foutje zijn, denk ik niet dat de wereld nu om zeep aan het gaan zou zijn door ons onrespectvol gedrag.
Daarbij is er bewezen dat dolfijnen slimmer zijn dan ons :P Da’s nog zoiets.. mensen die zeggen dat we slimmer zijn omdat onze hersenen ‘t grootst zijn. Serieus, alsof er geen enkel dier is dat verhoudingsgewijs grote hersenen heeft dan ons - wat met de dolfijn? Plus, een koe is nogal dwaas, en ratjes slim, en wie van de twee heeft daarvan het grootste hoofd?

Plus, het grootste deel van de mensheid kan niet eens met zn blote handen voor zijn eten zorgen, en zéker dat zgn “slimme” deel ervan niet. Echt, ik zie de gemiddelde Parijzenaar zijn eigen varken nog niet slachten hoor :P Zelfs niet mét werktuigen, laat staan met zn eigen blote handen.
We zijn een beetje erg zielig.. (…)

Nog iets waarin we zgz superieur zijn; paranormale bullshit-dingen, mensen die doden zien ronddwalen. Nu, hebben die ooit al eens een dode koe zien lopen? Neen, ook al worden er lijk massa’s geslacht op een dag. Vanwaar zou een koe geen spook kunnen worden? Een dier heeft toch ook een ziel, iets “eigens”, een karakter, een eigen manier van denken? Als ik zoiets zeg tegen iemand, krijg ik meestal een antwoord zoals “maar een mens is toch iets méér”. Nja.. en … wat is dat “meer” he… Blijkt dat meestal onbeschrijfelijk. Tje ik zal er maar van uitgaan dat dat “bewustzijn” betreft.
Ok, maar dan is een mongooltje niet “mens”? Heeft die dan niet die “ziel” en al de rest?
Alsof een mens meer is dan een dier. Mensen zijn gewoon dieren die kunnen praten, met een supergoot ego, imperialisatiedrang en het vermogen tot melodramatisme (…)

En vooràl dat ego.. *zucht* Te bedenken dat ik ooit nog dacht psychologie te gaan studeren :P

Wat is er zo erg aan alles nemen zoals het komt zonder te piekeren? Iedereen doet dat, maar ken uw grenzen toch.. Ook ik ben depressief geweest, maar waarom zo blijven steken in vanalles, waarom u laten doen? Waarom niet gewoon opstaan en denken “Vandaag is een nieuwe dag, ik weet niet wat er komt, dus hoef ik ook niet te vrezen. Vandaag wordt zeker een toffe dag”. (met dank aan Koentje :) )

Posted by Celine in 00:49:20 | Permalink | No Comments »

Saturday, September 15, 2007

verhaal: 15/09/07

De volgende ochtend stond ze opnieuw aan het mivb-bureau. Toen ze een nummertje vroeg aan een van de jobstudenten die er werkten, zei die dat hij geen Nederlands verstond. Met veel tegenzin legde ze het toch uit in het Frans, waarop de jongen in de lag schoot en “zeg het maar zo hoor” zei. Ze kon er nog mee lachen, maar hij wist duidelijk niet van ophouden, en deed alsof haar pasfoto vernieuwd moest worden omdat ze er niet meer op leek. Waarna hij zei dat haar attest niet in orde was, dat het met zulk een attest niet ging lukken. Mira voelde haar hartslag versnellen en haar gezicht rood worden; ze begon zich kwaad te maken. Zo rustig mogelijk zei ze dat ze er gisteren ook al was geweest, dat ze toen achter het volgens de VUB juiste attest was gegaan, enzoverder. De jongen merkte dat ze het echt geen lachen vond en zei snel dat hij haar beetnam, maar ze kon er nog steeds niet om lachen. Hij legde uit dat hij 10 uur aan de ingang moest staan en dat hij daarom wel eens wat wou lachen. Met tegenzin gaf ze hem gelijk - waarschijnlijk zou ze dat zelf ook gedaan hebben. Tenslotte keek hij haar zo schattig aan. Ineens drong het tot haar door dat de jongen met haar aan het flirten was. Een glimlach verscheen op haar gezicht: ze moest niet wanhopen! Blijkbaar had ze nog steeds iets, als een bordje dat ze rond haar nek droeg met “vrij” op. De volgende 3 kwartieren dat ze moest wachten kon ze het niet laten mee te doen met zijn geflirt. Eigenlijk vond ze hem helemaal niet zo bijzonder en zou ze er nooit een vuurtje voor kunnen krijgen, maar ze zag het als een test, alsof ze wou weten of ze het nog steeds kon.
Toen ze eindelijk haar abonnement had twijfelde ze nog om te vragen of hij eens iets wou gaan drinken met haar, maar hij stond aan het einde van de rij een ander meisje beet te nemen. In haar hoofd bleef ze herhalen “laat dit uw humeur niet verpesten, ge kunt het nog steeds, hij was knap en schattig, hij toonde interesse, vond u leuk, dat hij met een ander ook zo bezig was doet niets af aan het feit dat dit bewijst dat je nog meegaat” De hele tramrit naar huis (nu ja.. 5 minuten weliswaar) herhaalde ze tegen zichzelf dat ze wat net gebeurd was als iets positiefs moest zien.

Thuisgekomen kreeg haar humeur toch die tweede klap die het maar weer eens onder nul deed dalen. Ze kwam nog maar net van de trap en wat zag ze daar: An, met exact dezelfde schoenen als zij een paar weken geleden had gekocht. Die schoenen die An o zo leuk vond, zo leuk dat ze er een week later nog maar eens over moest praten. “Wat?” zei Mira “Die schoenen heb ik toch al!?” An keek haar raar aan en zei “Hoezo? Dat weet ik niet hoor” op een toon alsof het nog eens Mira haar schuld was ook. “Die heb ik een maand geleden zelf gekocht, je vond ze nog zo leuk, dat weet je zeker nog” Mira vond het stom dat ze over schoenen stond te zagen, maar het kon haar even niet meer schelen. “Neen ik heb die van u nog nooit gezien, jij hebt die niet” hield An vol. Mira besloot dat het toch allemaal geen zin had met iemand als An en zei nors “jaja, ik heb ze een maand geleden gekocht maar nu is het allemaal mijn schuld hoor, je hebt gelijk”. Als er één ding was wat Mira nu niet meer kon hebben, was het wel An die dingen kocht die zij had, An die zei dat ze op elkaar leken, An die zei dat ze zo vaak dezelfde dingen dachten, An die zei dat ze perfect dezelfde smaak hadden, An die dat daar bovenop nog eens leuk vond ook, An die ook tweedehands wou gaan shoppen nadat ze ontdekte dat Mira dat al jaren deed, An die net wou zijn zoals zij maar volhield dat dat vanzelf was, alsof ze gemaakt waren om zo dezelfden te zijn. Toppunt van dat alles was nog dat An er eens voor gezorgd had dat Mira niet hetzelfde zou kopen zoals zij. Mira kon nog steeds niet geloven dat ze zich zo had laten doen, ze had haar eigen stijl toch en niemand had daar iets over te zeggen. An was wel subtiel geweest, maar toch, Mira verweet het zichzelf nog steeds.

Toen Mira aan haar bureau zat, haar handen in haar haar, drong het tot haar door dat haar goede humeur maar weer eens verpest was door An. Het begon haar te dagen dat, om zich beter te voelen en positiever tegenover de wereld, ze An het beste nooit meer zag. An was nooit eens vriendelijk, want ze verwachtte dat iedereen perfect was en haar maar liet begaan wanneer ze weer eens haar kuren had. Tegenover alles leek ze pessimistisch te staan en niemand vond ze leuk. Hoe moest Mira nu van zo iemand vrolijk worden? Telkens wanneer Mira met An praatte het laatste jaar, voelde ze zich nutteloos, nors, en lusteloos. Daarbij had ze dan nog eens een puinhoop veroorzaakt binnenin Mira en haar daar dan alleen mee gelaten, en eens die puinhoop weer wat minder was geworden, moest ze terug in Mira’s leven komen. Mira had er haar buik vol van. Ze stopte met antwoordden op An’s smsjes, verwijderde haar van msn en hoopte haar zo weinig mogenlijk tegen te komen op kot. Daarnaast maakte ze van de komende week een lekker drukke toestand zodat ze van dat lusteloze gevoel af kwam en met energie het jaar in zou vliegen.

Ze had zich nooit kunnen inbeelden dat het “afstoten” van An zo iets positiefs zou kunnen betekend hebben voor haar…

Posted by Celine in 23:32:57 | Permalink | No Comments »

Wednesday, September 12, 2007

Verhaal: 12/09/07

Het leek alsof haar wekker nooit eerder zo hels vroeg was af gegaan. Koppig hield ze haar ogen dicht, zich afvragend waarom ze nu alop moest. De derde keer rolde ze uiteindelijk dan toch uit bed; het drong tot haar door dat ze haar abonnement moest gaan halen. Met véél tegenzin maakte ze zich klaar en vertrok richting Zuidstation. Na een half uur wachten bleek dat de regels veranderd waren en een betalingsbewijs van haar inschrijving niet genoeg was voor een studentenabonnement. Ze was ervan overtuigd dat er niets veranderd was, maar dat de bediende geen woord Nederlands verstond en dus ook niet begreep wat ze net onder zijn neus had geduwd. Had ze een geweer bij gehad, dan was die man nu dood, en het land weer eens in schok. In plaats daarvan zei ze iets gemeen – hij verstond haar toch niet – en liep ze boos het bureau uit.

Dit betekende dat – naast dat ze voor niets zo vroeg was opgestaan – ze deze middag een attest moest afhalen op de VUB. Daar had ze ondanks dat ze zich daar rot geamuseerd heeft dit jaar, geen zin in. Meer nog, ze zag er tegenop. Maar ja, wat kon ze doen? Wat moet, moet..

 

Terug op kot negeerde ze An – degene die oh zo trots steeds moest vermelden dat ze zo goede vrienden zijn, maar niets anders kan dan roddelen en klagen over haar. Ze vroeg zich maar wéér eens af waarom ze haar niet eerder door had… En waarom An hààr niet doorhad. Neen, toch vond An het blijkbaar nog nodig de vriendelijke uit te hangen, maar na het minste weer te klagen en zagen. Mira zag er geen andere oplossing meer in buiten duidelijk te laten merken hoe onredelijk ze Ans reacties vond. Ze moest zeggen dat het zijn efect niet miste, tenminste niet in haar voordeel; ze was rapper van An af op zo’n moment én ze kon zeggen wat ze wou, het interesseerde haar toch niet meer wat An ervan vond. Moest An beslissen om nooit meer een woord te spreken tegen haar, ze zou het niet eens er vinden. Na vier jaar leek ze eindelijk een juist beeld van An te hebben, en het zag er niet mooi uit.

Vandaag wou ze echt Ans commentaar niet horen, laat staan haar blikken te zien. Dus was ze zelf bot en stuurde zij nu blikken die An waarschijnlijk liever niet zag. Ze hoopte maar dat het liep zoals zij wou, want elke keer dat er wéér eens iets verkeerd viel, was de situatie weer onuitstaanbaar voorspelbaar. Ofwel besefte an hoe onredelijk ze weer bezig was, ofwel zette An alles van de dagen ervoor óók om in een vijandelijke brok daden en bleef ze vervelend doen. Mira vond dat áls iemand reden had om boos te zijn, zij het wel was (ze wist genoeg) en dus liet ze goed merken hoe weinig Ans buien haar interesseerden.

 

Gelukkig had An vandaag de verborgen boodschap “zwijg” eens wel door – of toch min of meer… Rond 13u vertrok ze naar de VUB. Dit jaar zou ze eerst met de fiets naar Sint Katelijne rijden, om daar demetro te nemen. Na een half uur kwam ze toe op de VUB. Haar eerste stappen op de campus brachten iets vreemd mee; het voelde alsof er vanalles veranderd was. Was dit een voorteken dat alles ook anders zou zijn? Zouden er eigenlijk meer mensen gestopt, gebuisd of veranderd zijn dan ze dacht? En zou iedereen weln og zo leuk zijn? Toen ze verderliep leek de campus ook echt veranderd; het gras was groener, had zich hersteld van al die voetstappen, de koten leken properder, net als de paadjes, en vreemd genoeg waren er vrij veel mensen, maar niemand die ze kende. Toen ze voorbij het bankje liep waar ze eens gezeten had met Aaron, kreeg ze een gevoel van heimwee naar dat moment. Hij had haar gevraagd om even bij haar te blijven zitten terwijl de rest verderliep (ok, zij had gevraagd of ze moest blijven, en hij zei “liefst ja” alsof ze dat had moeten weten.) Ze vond het romatisch; het licht was “juist”, ze waren alleen, … Spijtig genoeg voelde ze zich echt niet op haar gemak en zat ze net te ver van hem om het echt romantisch te laten zijn (ze had altijd al moeilijkheden met haar kont goed te mikken…). Er werd niets gezegd, en omdat zij dacht dat hij toch zo verliefd was op Riet (hij was er dan ook zgz mee samen) stelde ze al snel voor om verder te gaan, naar de rest van de groep.

Met deze flashback kwam alles weer boven van Aaron: hoe hij steeds liet merken dat hij iets wou, maar te laf was iets te ondernemen, hoe zij maar al te graag hetzelfde wou, maar steeds stoer wou doen, hem van zich af wou schuiven. Even krom ze ineen en wilde ze helemaal niet meer verderstappen, maar terugkeren en in haar bed kruipen. Ze was er zeker van dat Aaron haar na al dat gedoe enkel nog een stom meisje vond dat hij niet meer wilde kennen. Echter, ze herpakte zich en stapte verder. Ze haalde een beeld voor haar ogen waarin ze er mooi uitzag terwijl ze met forse tred over de paadjes liep. Aan het secretariaat aangekomen, moest ze nog een half uur wachten omdat een of andere eerste bachelor geen snars verstond van de PE-site en dus hier alle informatie kwam tanken. Uiteindelijk kreeg ze haar attest in nog geen 2 minuten, en liep ze nors nar buiten – ze houdt niet van wachten en dat was nu de tweede keer vandaag… Ze liep weer de paadjes af, en nam waar het bankje stond een ander pad, zo moest ze er niet langs. “Verandering” dacht ze “Anderen, veranderen, dingen anders doen”

 

Thuisgekomen bleek dat An de stad in was, Hanne en haar vriendin waren TV aan het kijken. Lekker rustig, maar Mira wilde wat anders… Uiteindelijk gaf ze toch toe (ze wachtte toch op het academiejaar om te veranderen) en zette zich erbij, weeral soap-kijken. Rond 16 uur drong het tot haar door dat ze moest eten, niet veel afleveringen meer kon kijken, zich moest klaarmaken om om 17u naar de muziekschool te vertrekken – voor nieuwe dingen die ze belangrijk vindt heeft ze altijd wat tijd nodig..

Uren nadien komt ze de muziekschool buiten. De andere zangeressen die er waren wilde ze ook eens horen en dus was ze langer gebleven, het was tenslotte nog vakantie. Op haar terugweg drong het pas echt tot haar door: ze zong weer!

Posted by Celine in 22:56:02 | Permalink | No Comments »

Verhaal: 10/09/2007

Na een avond slechte, maar verslavende soap kijken, en de spot van haar nachtlamp maar wéér eens sprong, waarop nog eens haar pen spoorloos verdween, besloot ze om het lot niet te negeren en zonder gekribbel in haar dagboek onder de wol te kruipen. Wat niet wou zeggen dat er niet veel was om over na te denken. In het donker starend dacht ze na over de dingen die ze wou. Of over 1 ding dat ze wou. Hoe goed het jaar ook was verlopen, er miste toch iets, en dat woog steeds zwaarder op haar schouders. Ze vond het eerder belachelijk dan normaal om er zo over te liggen nadenken, maar toch kwam het woord “vriendje” steeds weer voor haar ogen. (ok, niet steeds opnieuw en zeker niet voor haar ogen, maar het is dat we het even goed allemaal op een kunstige manier kunnen zeggen, niet?) Na maanden dat ze het idee “vriendje” bijna afstotelijk (heel afstotelijk) had gevonden begon ze nu de positieve kanten er weer van in te zien en te missen. Ze verlangde er weer naar; die persoon voor je die er gewoon is, zonder specifieke reden. Ze wist niet wat het was; ze had genoeg jongens leren kennen, maar geeneen (ok, één, maar dat komt) trok haar aan, of vond ze bijzonder. Zelfs Aaron, die ze eerst zo leuk vond, vond ze nu enkel nog een schim van wat ze dacht dat hij was (ook al had ze ergens altijd al zijn lafheid en zijn “ik doe alsof ik blind en doof ben” door..)
Eerst dacht ze dat ze gewoon te veeleisend was, maar toen ze er op lette was dat niet meer zo. Daarbij, of je nu eisen hebt ofn iet, er moet nog een klik komen ook, niet? Een jongen die ze kende vond ze geen optie (we hebben dan ook net verteld waarom..), dus moest ze erop uit trekken, nieuwe mensen leren kennen, maar hoe? Haar leven was al druk genoeg en vol feestjes, babbels, uitstappen, … Ze kon toch moeilijk zomaar al haa rnieuwe vrienden laten vallen omdat zij een vriendje wou? Zo kende ze wel mensen, en daardoor wist ze één ding wel héél erg zeker: dat kon ze niet, zo was ze niet! Maar laat ik u de neerwaartse spiraal van gedachten verder besparen…

Langzaam aan begonnen haar ogen toch dicht te vallen.. Ze staarden niet meer zo klaar in het donker, maar daarom waren ze niet minder hoopvol. In slaap vallend hoopte ze dat dit academiejaar dat ietsje meer voor haar in petto had. Wist zij veel dat dat al sneller zou komen dan dat academiejaar zelf.. (tja, dat hoopte ze ergens ook, ze is nogal ongeduldig van aard, maar we zijn met een verhaal bezig hé)

Posted by Celine in 22:10:47 | Permalink | No Comments »

Sharing different heartbeats

Inspired by: a lonely walk and a wonderful song.


José Gonzales - Heartbeats

one night to be confused one night to speed up truth we had a promise made four hands and then away both under influence we had devine scent to know what to say mind is a razorblade to call for hands of above to lean on wouldn't be good enough for me, no one night of magic rush the start a simple touch one night to push and scream and then relief ten days of perfect tunes the colors red and blue we had a promise made we were in love to call for hands of above to lean on wouldn't be good enough for me, no to call for hands of above to lean on wouldn't be good enough and you, you knew the hand of the devil and you, kept us awake with wolfs teeth sharing different heartbeats in one night to call for hands of above to lean on wouldn't be good enough for me, no to call for hands of above to lean on wouldn't be good enough


Een beetje beschonken liep hij van de BBQ terug naar huis. Het was nog helemaal niet laat ’s avonds, maar hij had geen zin om domweg te zitten staren naar een griezelfilm bij Jan thuis. Ze hadden wat gitaar zitten spelen en gelachen, maar toen ze voorstelden naar een film te kijken was voor hem de avond gedaan, er was niets dat hij saaier vond. Zijn hoofd tolde en hij besloot even neer te gaan zitten. Dat was het moment waarop hij het meisje zag; klein, tenger, maar ze liep met een stevige pas. Ze liep net in het licht van een lantaarnpaal, maar hij had kunnen zweren dat zij het licht uitstraalde. Hij was het zeker; dit was iemand die hij niet zomaar mocht laten voorbij lopen. Ook al zou ze hem gek vinden, hij kon het niet laten te proberen haar aandacht te krijgen. Vanuit het lange gras zei hij “Dag schoonheid”

“Shit!” zei ze. Wééral kon ze haar sleutel niet vinden. Vanavond zou ze iets gaan drinken met wat vrienden, maar zonder sleutel zou ze voor twaalf uur thuis moeten zijn, en dat zag ze niet zitten. “Aha!” dacht ze toen ze de sleutel naast haar laptop vond. Nog geen 10 seconden later sloeg ze de deur achter haar dicht en begon naar Jonas te stappen. Ze zette er flink de pas in want ze wilde niet opnieuw te laat komen. Halverwege hoorde ze plots een stem. “Dag schoonheid” Ze keek opzij en zag een jongen zitten in het gras. Naast hem lag een gitaar. Een moment keek ze hem raar aan en stapte dan weer verder. “Hoe noem je?” vroeg de jongen. Opnieuw stond ze even stil en keek hem met een boze, onbegrijpende blik aan. Voor ze zich opnieuw kon omdraaien en verder lopen zei hij: “Ik heet Adrien Verniers.” “Proficiat” zei ze bijtend en ging verder. “Zo gehaast?” vroeg hij. “Ik heb belangrijke dingen te doen” zei ze zonder hem aan te kijken. Hij sprong recht en stapte haar achterna, nam haar arm vast. “Geen tijd om deze jongen een beetje aandacht te geven?” lachte hij. “De enige aandacht die jij kan krijgen is die van mijn knie in jouw kruis als je mij nog een keer aanraakt.” zei ze, en keek hem in de ogen tot hij haar losliet. “Xenofoob?” vroeg hij. “Intelligent, danku.” Verbeterde ze. “Dat trek ik niet in twijfel.” Ze gaf geen antwoord, dus probeerde hij nog maar eens. “En waar ga je dan wel heen dat zo belangrijk is?” “Ergens waar jij niet komt, gelukkig” zei ze. “Je weet nooit waar je mensen tegenkomt, de wereld is klein” Hij glimlachte. “Het spijt me je teleur te stellen, maar ze is wel groot genoeg om jou te kunnen ontwijken.” Nu was zij het die lachte. Hij bleef achter haar stappen. “Oké, niet xenofoob. Misschien heb je zoveel liefde van je vader gemist dat je nu wegloopt van mannen die contact met je willen, onbewust om niet gekwetst te worden.” Ze begon het stilaan beu te worden dat hij zo bleef proberen. Ze stopte en draaide zich om, hij liep bijna tegen haar op. “Excuseer, ik word genoeg gewaardeerd door mijn vader, mister Freud” zei ze boos. “Oh oh, heb ik een punt?” lachte hij. “Neen een gat in je hersenen. En nu ga ik verder, zonder dat jij mij achterna komt, begrepen?” Hij trok een melig gezicht en zei, alsof hij middenin een huilfilm zat, “Wil je dan niet gewaardeerd worden door iemand die je niet beoordeelt door wat je zegt? Door hoe je eruitziet? Geef je dan geen kans aan onvoorwaardelijke liefde? Aan iemand die elke nacht aan je venster een liedje zou willen komen zingen?” Voor ze het wist had hij zijn armen naar haar uitgestrekt en was hij op zijn knieën gaan zitten. “Een stalker bedoel je? Nee, dank je, dag.”zei ze kort en bondig en stapte weer verder. “Dag dan, mijn liefste, ik zie je hier wel nog eens.” zei hij terwijl hij zijn gitaar nam. “Deze plaats zal ik nu wel vermijden, vertrouw me” zei ze terwijl ze verderging. Ze hoorde hoe hij achter haar een liedje begon te spelen van José Gonzalez. Het liedje kende ze zowat van buiten, het was een van die liedjes die haar aan de liefde deden denken, aan hoe graag ze wel eens een jongen zou willen hebben waarbij ze altijd terecht kon, die om haar gaf zoals zij om hem. Ze voelde de drang om om te kijken, maar schudde in de plaats daarvan haar haar uit haar gezicht.

Hij had het gezien; hoe ze haar pony uit haar gezicht had gesmeten. Hij zou er zijn hart op verwedden dat ze had willen omkijken. Het hele liedje speelde hij uit, ook toen ze al uit het zicht was verdwenen.

Die nacht was ze blijven slapen bij Jonas, en rond de middag liep ze naar huis. Dit keer liep ze niet door het pad, maar toch kwam ze Adrien tegen. Hij zat op de stoeprand samen met wat vrienden muziek te maken. Ze wilde kijken, maar durfde niet, ze wou niet uit haar ivoren toren komen, hem hoop geven. Maar net toen ze keek, keek hij ook naar haar. Ze draaide snel haar hoofd weg, hopend dat hij niet doorhad dat ze naar hem had gekeken. Toen hij echter weer het liedje van de avond ervoor begon te spelen, wist ze dat ze zichzelf verraden had. Hopend dat ze niet rood zag liep ze snel door.

Wat een rotavond! Iedereen zat met een lang gezicht in de zetels van de Limonada, en ze kon het niet laten er ook een te trekken. Alle koppeltjes waren maar weer eens aan het ruziën die avond en de hele stemming was erdoor naar beneden gegaan. Als er een ding was waar ze niet tegen kon, was het dat wel; prachtige koppels die enkel zagen wat ze niet hadden, niet wat ze wél hadden dat mooi, waardevol, duurzaam was. Of kon zijn, moesten ze het zien. Ze moesten maar eens in haar plaats zijn. Reeds een jaar was ze vrijgezel en leek ze niet in staat verliefd te worden of thuis het goed te doen, alles leek wel een puinhoop geworden het voorbije jaar. Ook al was iedereen wat aangeschoten, de sfeer verbeterde allesbehalve, dus besloot ze naar huis te gaan. Snel groette ze iedereen en vertrok naar huis. Pas toen ze buiten stond voelde ze hoe haar hoofd draaide. “Dan toch maar langs het pad” dacht ze, en begon rustig te stappen.

Ze had het kunnen raden; hij liep net ook langs het pad. Terwijl ze op elkaar afliepen zag ze hoe hij haar aankeek. Dit keer keek ze terug, het kon haar niet schelen of hij iets zou zeggen, dan had ze misschien toch nog iemand die vriendelijk was tegen haar deze avond. “Slechte avond gehad dan?” vroeg hij toen hij vlakbij haar was. “Misschien wel ja.”zei ze. “wil je erover praten?” Ineens leek hij serieus, dit was de eerste keer dat hij niet iets lachend had gezegd. Even keek ze hem aan en besloot dan maar vriendelijk te doen tegen hem. “Liever niet, veel valt er niet over te zeggen.”zei ze terwijl ze naar de grond keek. “Als ik een slechte avond heb, ga ik vaak gewoon ergens in een veld of een stuk gras liggen kijken naar de sterren. Doen?” Hij stak zijn hand uit, vragend naar de hare. Ze keek naar zijn gezicht, zijn blauwe ogen die een contrast waren met zijn pekzwarte haren. “Ach wat” dacht ze, en legde zijn hand in de hare. “Vooruit dan maar” zei hij, en trok haar mee naar de plaats waar ze elkaar de eerste keer zagen; het stuk braakliggend gras, met een lantaarnpaal aan de rand. In het midden van het stuk gooide hij zich op de grond, zijn gitaar naast hem, zijn armen plaatste hij achter zijn hoofd. Aarzelend ging ze naast hem liggen, en zo lagen ze daar een paar minuten. Hij zette zich recht en begon opnieuw het liedje te spelen. In het midden van het liedje legde ze haar hand op zijn snaren. “Iets anders?” ze keek hem in de ogen. “Wat dan? Weet jij iets?” vroeg hij. “Niet echt nee… Niets spelen is ook niet erg.” Teleurgesteld liet hij zijn armen rusten op de gitaar. “Hoe lang speel je al gitaar?” vroeg ze. “Al 6 jaar, speel jij iets?” antwoordde hij. Ze legde zich op haar zij en leunde op haar hand. “Ik heb nog gitaar gespeeld.” verklapte ze. “Waarom ben je gestopt?” vroeg hij benieuwd, alsof het onmogelijk leek te stoppen met gitaar te spelen. “Mijn moeder heeft het mij geleerd” ze keek hem in de ogen. “Dat… kan een goede reden zijn, afhangend van je moeder dan” zei hij aarzelend. “Het is een heel goede reden, geloof mij” zei ze en ging weer op haar rug liggen. Zo was hun gesprek op gang gekomen, en het duurde uren. Ze praatten over vanalles: dagdagelijkse dingen, persoonlijke dingen, problemen, muziek, vrienden,…

Hij keek haar aan terwijl ze vertelde. Ze fascineerde hem mateloos. De manier waarop ze zich had overgegeven aan hem zonder enige kracht te verliezen, het timbre van haar stem, hoe ze af en toe eens recht ging zitten, hoe ze haar armen bewoog terwijl ze sprak, grassprietjes aan elkaar knoopte. Had hij niet zo dicht bij haar gelegen zou ze verdwenen zijn in het gras, het was zeker 30 centimeter hoog. Hij prees zichzelf gelukkig zo dicht bij iets bijzonders te mogen liggen. Ze straalde vanalles uit: pijn uit het verleden, maar tegelijkertijd ook optimisme en levenslust, kracht om de moeilijkheden waar ze nu mee kampte aan te pakken, en terwijl ze een heleboel wijsheid bezat, leek ze toch een kwetsbaar, naïef meisje dat geen idee had van hoe ze het leven moest aanpakken, overleven. Hij had aandachtig geluisterd naar wat ze vertelde over hoe ze was of probeerde te zijn. Ze wou iemand zijn die iedereen een kans gaf ongeacht wat ze erover had gehoord, en daar toch niet te ver in gaan. Iemand die er was voor haar vrienden op de meest onmogelijke momenten van de dag, zonder ze dat kwalijk te nemen. Zonder hen iets kwalijk te nemen waartoe ze het recht niet had. Hij had haar gevraagd of het haar lukte. Ze dacht dat ze er beter in slaagde dan ze voor mogelijk had gehouden, maar ze vond het moeilijk. Doordat veel mensen op haar vertrouwden en haar als eeuwige steun leken te zien, leek ze wel een oud en vertrouwd meubilair geworden dat vervaagde achter de bewoners, maar toch onmisbaar was. Hij beeldde zich in hoe ze zich moest voelen; ondergewaardeerd maar vastgebonden; zonder haar zou het kaartenhuisje ineen storten. “En wie vroeg je om zo te zijn?” vroeg hij uiteindelijk. Even leek ze geen antwoord te hebben. “Ikzelf. Omdat ik dacht dat ik het kon” Vertelde ze. “Dom, geen mens kan dat, en ik ben allesbehalve de gedroomde vriendin. Proberen doe ik meer dan ik kan, maar een glimlach is niet eeuwig, geloof me. En mijzelf verbergen lukt gewoon niet. Zoveel moeite wil ik ook niet doen.” Ze lachtte. “Kan je je vrienden dan even van je afzetten? Of niet? Even de hele wereld laten wegzweven en genieten van …” Het leek wel alsof hij niet kon uitdrukken wat hij wilde zeggen, alsof hij woorden ontbrak. “Ik bewonder je” zei ze, en keek hem recht in de ogen, wat haar woorden nog meer kracht gaven. “En ik waardeer je voor wat je bent en wat je wilt bereiken” zei hij. Hij legde zijn arm om haar heen. Haar haar rook naar vanille, alsof ze het net met vanillearoma besprenkeld had. Hij kwam dichter bij haar en wilde haar kussen, maar net op dat moment kwam ze recht, leek even te draaien, en zei “Ik moet naar huis, het is al veel te laat” Waarop ze direct naar huis liep.

Al zeker twintig keer had ze zich afgevraagd waarom ze in godsnaam zo ineens naar huis was gegaan. Had ze weer niet gedurfd haar over te geven aan iemand? Was ze opnieuw niet in staat zich in iemands armen te leggen en daar gewoon te liggen? Ze kon zichzelf wel vervloeken dat ze zo’n mooi moment verpest had. Nog nooit had ze zich zo goed gevoeld bij een jongen, nog nooit had ze zich zo rustig gevoeld, nog nooit had ze het gevoel gehad dat ze gewoon kon gaan liggen bij hem en dat hij bij haar zou blijven, ook al werd ze nooit meer wakker. Ze bewonderde hem mateloos. Hij leek alles gewoon heel simpel en duidelijk te kunnen zien, iets wat zij niet meer kon. Toch had hij haar gezegd dat ze wat naïef leek, dat ze snel vertrouwen leek te stellen in de dingen. Nu ze met hem had gepraat leek het haar beter te lukken alles duidelijk te zien. Groen was niet langer geel en blauw, maar gewoon groen. Roze niet langer wit en rood, maar gewoon roze. En hem niet terugzien was simpel en duidelijk gezien een ramp. Natuurlijk had ze ook via tal van excuses en omwegen kunnen bewijzen dat het beter zou zijn dat ze hem nooit meer zag, maar ze wou niet, ze vertrouwde blindelings in zijn goedheid. Ze moest en zou hem terugzien, zo snel ze kon.

Het lukte haar niet haar gedachten op iets anders te zetten, en zoals ze dat wel vaker had, ging ze gewoon wat rondlopen in de buurt. Naar het braakliggend terrein. Ze bleef rondlopen en rondlopen, ging zitten in het park, op een oprit, op het braakliggend terrein, stond weer op, liep weer een paar straten in. Voor ze het wist was het donker. Ze ging terug naar huis en at wat. En ze vertrok weer. Liep opnieuw langs het pad. Tot ze haar naam hoorde. Ze bevroor, ze verzette geen stap meer. Langzaam draaide ze zich om, keek naar boven en zag Adrien staan. “Kom naar boven, ’t is hier echt bijzonder!” riep hij en wees haar langs waar ze naar boven kon. Twee minuten later stond ze bovenop het dak van de sporthal. Het dak was immens, de sporthal zag er op het dak veel groter uit dan binnen of op de grond. Hij zag haar met grote ogen kijken en zei: “Hier is meer ruimte om te sporten dan in de sporthal zelf!” Hij nam een aanloop en deed een salto. Ze kon geen woord uitbrengen, het beeld was gewoon veel te bijzonder. De takken van de bomen die rustten op het dak, hij die rondliep, het bijzondere licht. Hij kwam op haar afgelopen en pakte haar op. Ze leek wel te vliegen, voelde zich zo licht als een veertje. Even leek hij haar in de lucht te smijten maar hij liet haar handen geen minuut los.

Ze leek wel een engel die voor de eerste maal vloog. Hij draaide haar helemaal rond, liep het hele dak samen met haar af tot ze niet meer konden. Voor een laatste keer gooide hij haar in de lucht, waarna ze dadelijk ging liggen. Doordat ze zijn handen nog vast had, werd hij meegetrokken en belandde hij bovenop haar. Hij zag hoe ze bloosde omdat ze buiten adem was. Toen ze naar hem glimlachte voelde hij zijn buik kriebelen en zijn hartslag versnellen. Even wist hij niet meer wat hij voelde; haar hartslag of de zijne. Hij voelde haar lichaam: haar benen, haar heupen in zijn onderbuik, haar buik die op en neer ging als ze ademde, haar borsten die tegen zijn borst drukten, haar warmte. Ze duwde hem van zich af en liep terug naar de plek waar ze op het dak was gekropen. Verdwaasd bleef hij even achter, maar al snel liep hij haar lachend achterna. Ondeugend kroop ze naar beneden, wetend dat hij haar zou volgen. Terwijl hij naar beneden kroop zag hij hoe ze over het grasveldje liep. Hij liep haar achterna en greep haar vast. Ze draaide naar hem toe, hij voelde hoe ze zich aan hem overliet en drukte zich tegen haar aan en kuste haar. Hij voelde hoe ze hem steviger vastnam, vroeg om meer. Hij legde haar gezicht in zijn handen en wou dat dit moment voor eeuwig zou duren. Toen ze weer op adem kwamen zag hij dat ze in het licht van de lantaarn stonden, en net zoals hij de eerste keer dat hij haar zag dacht dat zij dat licht gaf, kon hij nu wel zweren dat zij licht uitstraalden.

Posted by Celine in 21:06:37 | Permalink | No Comments »

Mededeling ivm verhaal-posts

Na een lange rustpauze (gebrek aan laptop..) zal er weer hopelijk bijna-dagelijks leven komen op deze blog. Met name een verhaal; stuk per stuk zal hierop gepost worden (simpel omdat ik niet in één dag een lang verhaal schrijf ;) ) De post hierna is niet het begin, maar een vorig verhaal (lees: een jaar oud :P ) Het verhaal is nu een stuk volwassener, langer, dieper uitgewerkt, in het algemeen meer bij nagedacht en aan gewerkt, … Echter, om verschillende (goede) redenen wil ik niet dat zomaar iedereen het verhaal kan meelezen. Wie wel wil meelezen, kan mij mailen; celinemien@gmail.com. Dan stuur ik een uitnodiging, en kan je ook die posts zien, na je ingelogd te hebben weliswaar ;)

Posted by Celine in 19:38:24 | Permalink | Comments (1) »